05/04/2026

De overgang van oud naar nieuw

 Als allereerst: zalig Pasen! Ik hoop dat jullie van harte hebben genoten en misschien nog steeds nagenieten van deze Pasen. Vandaag is Christus opgestaan, Hij is waarlijk opgestaan. Wat betekent de Opstanding eigenlijk voor ons?



Pasen is één van de, als het niet hét belangrijkste feest van de christenen is. Als voorbereiding op Pasen hebben we in de Goede Week op Witte Donderdag de instelling van de Heilige Eucharistie herdacht en herleefd. Op Goede Vrijdag hebben we de kruisiging herdacht door de kruisweg te bidden en onszelf in te leven in de Gekruisigde en de medeomstanders, door erover te mediteren.

De Opstanding is voor de mensheid een beslissend moment in de geschiedenis. Indien Christus niet was opgestaan, zou ons geloof vruchteloos zijn gebleven en zouden wij nog gebonden zijn aan de zonde (1 Korintiërs 15:17). In Christus zien wij het ware Lam Gods, het laatste en volmaakte offer. De offers van het Oude Verbond waren tijdelijk en onvolmaakt, maar in Jezus Christus is het ene, eeuwige offer gebracht dat werkelijk de zonde wegneemt (Hebreeën 10). Door Zijn dood en verrijzenis wordt de macht van de dood gebroken en worden wij verlost van de eeuwige dood. Het oude is voorbijgegaan en iets geheel nieuws is begonnen: het leven in het Nieuwe Verbond, waar de profeten naar hebben uitgezien. Wij hebben de genade om in deze tijd te leven; om in Christus te leven, dag en nacht, als deel van Zijn Lichaam, de Kerk.

Merkbaar is dat na de opstanding van onze Heer Zijn wonden nog steeds op Zijn lichaam zichtbaar waren. Dit toont dat wij niet doen alsof de kruisiging nooit heeft plaatsgevonden, hoewel zij voltooid is en ons niet langer definieert.

Zo ook met ons: wij zijn met Christus uit de dood opgewekt. Toch betekent dit niet dat onze geestelijke, mentale of lichamelijke littekens onmiddellijk verdwijnen. Wij zijn een nieuwe schepping in Christus; en zelfs de littekens die wij dragen kunnen door Gods genade worden omgevormd en opgenomen in ons nieuwe leven.

De zondes die wij hebben gedaan zijn betaald en niets kan ons voorgoed scheiden van Gods liefde. Er staat geen muur tussen ons en God; die muur is afgebroken na de Opstanding. Wij mogen een toekomst van hoop, een oneindig soort hoop voor ons zien, een toekomst die kleurrijk en eeuwig is. Een toekomst samen met Degene die ons al die tijd heeft liefgehad.


03/04/2026

'Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven...'

Daklozen. Dit zijn mensen die op straat zwerven, vaak zonder eten, die geen plek hebben om te slapen en erg kwetsbaar zijn. En juist deze doelgroep, die ons hard nodig heeft, zien wij vaak als lucht. We lopen langs hen alsof ze er niet zitten. Jezus vraagt ons om anders te doen.




Onlangs liep ik samen met een vriend van mij in de Rotterdamse stad, onderweg naar McDonald's. We hadden wat trek, dus we gingen even wat eten, om vervolgens onze weg naar huis te vervolgen. Op onze weg kwamen we iemand tegen die met een leeg bekertje zat, met zijn jas over zijn broek heen en er wat onverzorgd uitzag. Je kon meteen herkennen dat hij een dakloze man was. Helaas had ik echter zelf geen kleingeld bij me om aan hem te geven. Dus liepen we langs hem.

In de McDonald's aangekomen gingen we wat eten, maar ik kon die dakloze man niet uit mijn hoofd halen. Hij zat daar in de regen en de kou, terwijl wij in een warm restaurant zaten, met desalniettemin eten waar hij zo naar verlangt. Tijdens het bezoek aan de Mac ontstond er een moment waarop ik bad en hoopte dat hij daar nog zat. We liepen de Mac uit en Godzijdank, hij zat er nog. Hoewel ik hem niet kon helpen met losgeld, kon ik hem met één ding helpen: eten. 

We liepen rustig en op een menselijke, warme manier naar de man toe en vroegen hem of hij wat wilde eten; of hij wellicht honger had. Hij gaf aan met wat gebaren dat hij wel honger had, dus besloten we terug naar de Mac te gaan om wat eten en drinken te halen voor hem. Toen het gereed was, liepen we terug naar de man en gaf ik het aan hem. 

Nu komen we bij het moment dat ik niet meer uit mijn hoofd gestampt krijg. Hij keek me in mijn ogen aan, glimlachte met zijn ogen en mond en gaf me een hand. Hij waardeerde oprecht dat ik het voedsel aan hem had gegeven.

Lieve mensen, ik zag Jezus in deze man. Ik zag de blik van Jezus op mij werpen. En later, toen ik thuis kwam, herinnerde ik me spontaan deze vers:

''Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.'' (Mattheüs 25:35)

Ik ben niet degene aan wie hij moest danken. Alle eer gaat naar Christus. Hij is degene die mij dit laat doen. Ik had dit niet uit mezelf gedaan als ik Jezus' Geest niet in me had. 

Deze ervaring leerde mij dat er vreugde zit in het helpen van anderen. Dit is iets wat ik nooit meer zal vergeten. Daarbij blijft dit geen 'one-time' dingetje; het is iets wat ik veel vaker wil doen, omdat ik hier zelf superveel vreugde uit haal en omdat ik van Jezus hou.

Zie hoe Jezus door mensen heen kan werken. Hij werkt door mij, een normale mens, een zondaar, heen en geeft ons de gave om van mensen te houden zoals Hij dat doet. Alle eer en glorie gaan naar onze Heere Jezus Christus. Amen.

De overgang van oud naar nieuw

 Als allereerst: zalig Pasen! Ik hoop dat jullie van harte hebben genoten en misschien nog steeds nagenieten van deze Pasen. Vandaag is Chri...