In de korte tijd dat ik zelf nu het katholicisme verken, heb ik me verdiept in de mysteries van het prachtige geloof. Zo ook de Eucharistie, het Lichaam van onze Heer.
Zelf mag ik nog geen communie nemen, helaas. 14 juli ben ik de eerste, dan mag het, als God het toestaat. Het liefst zou ik het morgen al willen nemen, bij wijze van spreken, maar ik zou eerst gevormd moeten worden.
's Zondags en 's vrijdags zit ik in de kerk. Dit zijn de enige twee momenten waarop ik echt naar de kerk kan gaan. Het liefst zou ik veel vaker in de kerk willen zitten, elke dag wat mij betreft. Alleen is dat gewoon lastig, ook in verband met mijn studie en bijbaan.
Wat mij grijpt na de consecratie, is dat Jezus' Lichaam daar echt ligt. Het is niet slechts een symbool of herdenking, maar het is waarlijk het Lichaam van Christus. Zodra de pater het Lichaam van Christus omhoog doet, begin ik tranen in mijn ogen te krijgen.
Ik kijk naar Hem, en Hij kijkt naar mij. (een broer uit Ars)
Maar niet alleen ná de consecratie van het brood en de wijn, maar ook daarvóór is Jezus al in de tabernakel aanwezig; het overgebleven geconsacreerde brood dat het Lichaam, Bloed, Ziel en Zijn Goddelijkheid bevat. Ook dan besef ik me: ik ben aanwezig waar Christus werkelijk aanwezig is. Ik sta op heilig grond. Voordat de H. Mis begint, kniel ik even voor de tabernakel, want in de tabernakel is Jezus zelf.
Toen ik nog gereformeerd was, geloofde ik in de geestelijke aanwezigheid tijdens de communie. Het brood blijft brood, en de wijn blijft wijn. Hij is wel onder ons, maar geestelijk, niet fysiek in het brood en de wijn. Nu dat geloof is veranderd, is er een merkwaardig verschil in hoe ik de kerk binnenloop en hoe meer eerbied ik heb gekregen voor de kerk zelf. De kerk staat niet slechts op aarde; de kerk staat op de Rots zelve, en is geheiligd door het Allerheiligste Sacrament.
De Eucharistie heeft mijn hart al geestelijk veranderd. Laat staan hoe het zal worden wanneer ik het Sacrament werkelijk kan nemen.
Lof zij Christus. Amen.